Online les en zelfstudie: wat betekent dit voor de leren-leren vaardigheden en hoe begeleiden wij onze kinderen hierbij?

Door: Jannie Steegenga en Hens Galjaard, onderwijsadviseurs LinQue Consult

Nu onze kinderen thuis hun eigen leerwerk moeten doen, al of niet ondersteund met onlinelessen, vraagt dit van ons als ouders een andere vorm van begeleiden. In mijn vorige artikel heb ik tips met u gedeeld over hoe wij thuis omgaan met deze nieuwe situatie. Hoe voorkomen we dat onze pubers deze weken zien als één grote vakantie, vol Netflix en TikTok verleidingen, zonder sport als uitlaadklep. Soms hoor ik bijvoorbeeld van mijn kinderen dat hun vrienden nu de hele week bij de AH werken.

Een tijd waarin onder andere het uiterste van hun eigen plannings- en organisatievermogen wordt gevraagd. Maar ook een tijd waarin de boog niet altijd gespannen kan zijn! De gedeelde tips zijn ontstaan vanuit de gedachte dat leren sowieso bepaalde vaardigheden vraagt die bij pubers nog niet altijd (volledig) ontwikkeld zijn. Deze vaardigheden, worden aangestuurd vanuit de hersenen, we hebben ze nodig bij het leren en worden executieve functies genoemd. Ze vragen zowel van de leraren als nu van ons als ouders extra ondersteuning.

In dit artikel leg ik de executieve functies (EF) uit en geef ik tips hoe ouders hier aandacht aan kunnen geven.

Wat zijn executieve functies?

EF is een verzamelnaam voor denkprocessen (functies) die ook wel de regelfuncties van de hersenen worden genoemd. Ze zijn nodig om gedrag te sturen, om zo doelgericht en efficiënt te kunnen handelen. EF bepalen sowieso, ook in een normale schoolsituatie, in hoge mate het schoolsucces. Waarschijnlijk zelfs meer dan intelligentie..

Door je als ouders bewust te zijn van deze EF en het belang ervan te onderkennen kunnen wij onze kinderen net dat beetje ondersteuning geven om goed om te kunnen gaan met het thuis leren.

Wat zijn de EF die nu van groot belang zijn bij het thuisonderwijs en de zelfstudie? Ik noem eerst een aantal functies die van belang zijn bij de voorbereiding van het leren en vervolgens de executieve functies die belangrijk zijn bij het leren zelf.

Emoties reguleren:

Dit is het kunnen omgaan met emoties inclusief het kunnen omgaan met stress. Hoe dan ook, deze periode levert toch enige stress op bij iedereen. Het is goed om af en toe met uw kind te spreken over hoe het gaat met het leren en of het lukt. Bespreek wat het u doet en hoe u zelf omgaat met deze situatie en de onzekerheden. Ik zeg bijvoorbeeld tegen mijn dochter dat ik ook moet wennen aan de situatie en niet altijd happy ben.

Flexibiliteit:

Dit is het aanpassen aan veranderingen. Daar wordt nu opeens een groot beroep op gedaan! Voor het ene kind zal deze periode een grotere stretch qua flexibiliteit en aanpassingsvermogen vragen dan voor het andere. Kortom, maak dit bespreekbaar en kijk waar u kunt ondersteunen. Kijk of u samen met uw kind out-of-the-box oplossingen kunt verzinnen bijvoorbeeld voor sport en ontspanning. Zo heeft mijn zoon een work-out voor ons gemaakt die wij elke ochtend in de woonkamer doen en stimuleer ik mijn dochter om te gaan hardlopen nu ze niet naar dansles kan.

Plannen:

Dit is een plan bedenken om een doel te bereiken of een taak te voltooien. Dat is nu zeker van belang. Uw kind krijgt van verschillende leraren verschillende opdrachten. Er zijn geen lestijden meer waarop ze daarmee aan de slag gaan maar moeten nu zelf plannen. Bekijk met uw kind wanneer iets af moet zijn en plan terug wanneer ze er dan aan gaan werken.
Ook kunt u letterlijk een fysiek planbord maken waarin op post-its alle losse taken staan weggezet in de week. Zo hangt nu bij ons de koelkast vol met taken die mijn dochter van school gekregen heeft en gaat er een post-it weg als die taak af is. Dat motiveert haar.

Timemanagement:

Dit is inschatten hoeveel tijd je hebt, hoe je die kunt indelen en hoe je je aan tijdslimieten en deadlines kunt houden. Pubers kunnen best goed een planning maken maar zich eraan houden is iets heel anders. Help ze daarbij. Ga met ze na hoeveel tijd ze nodig denken te hebben voor bepaalde opdrachten of deelopdrachten en zet dit bij de planning in de agenda of op het plan bord. Plan ook momenten van ontspanning, even niets doen, chillen, naar buiten gaan. Ook dat helpt bij het leren.

Organiseren:

Dit is op een geordende of gestructureerde manier doelgericht aan de slag gaan. Het is slim om voordat uw kinderen beginnen met leren samen met hen een aantal zaken te organiseren. Welke spullen heb je nodig voor de opdrachten die je vandaag gaat doen en leg ze vast klaar. Is de plek waar je gaat werken een beetje overzichtelijk? Doet je laptop het en is hij voldoende opgeladen?

Doelgericht doorzettingsvermogen:

Dit is een doel formuleren en dit ook realiseren. Doelgerichtheid helpt sowieso bij het leren. Waar doe ik het allemaal voor, waarom moet ik dit nu eigenlijk allemaal doen en leren? Bespreek met uw kind wat het zelf wil bereiken op een dag of in een week? Hoe kan uw kind goed toewerken naar het examen? Onderzoek samen wat er allemaal moet en waarom dat belangrijk is.

Bovenstaande zaken zijn allemaal nodig om goed te kunnen werken, je kunt ze al aanpakken voordat je begint met het eigenlijke werk.

Taakinitiatie:

Voor sommige kinderen is het heel lastig om (na al deze voorbereiding) echt aan de slag te gaan dat brengt ons bij de executieve functie Taakinitiatie: dit is taken en zaken (zonder te dralen) starten (zelfstandig, zonder hulp van de leraar of de ouder). Dit is voor het ene kind anders dan voor het andere kind. Sommige kinderen hebben echt even een duwtje in de rug nodig. Dan helpt het bijvoorbeeld als u het goede voorbeeld geeft en in de buurt van het kind aan het werk bent. Of om samen een tijd af te spreken hoe lang er waaraan gewerkt wordt. Soms is de vraag “wanneer ga je beginnen” of ‘wat heb je nog nodig” al voldoende om mijn zoon aan het werk te krijgen.

Volgehouden aandacht:

Dit is de aandacht kunnen richten, vasthouden, loslaten en verdelen (ondanks vermoeidheid of verveling). Sommige kinderen kunnen dit heel goed en gaan lekker aan het werk. Voor anderen is dit lastiger en zij zijn snel afgeleid. Het is niet altijd makkelijk een (saaie) opdracht af te maken maar wel belangrijk. Op school gaat de bel en kan uw kind zich weer even op iets anders richten. Nu moet uw kind doorzetten en het werk zelf afmaken. Maar misschien kunt u wel een andere vorm van de ‘bel’ afspreken, bijvoorbeeld: koffie……met wat lekkers….Bespreek hoe lang uw kind werkt aan een opdracht, en wanneer En stimuleer ze door te zetten. Sommige kinderen concentreren zich in de ochtend beter en anderen leren in de middag of zelfs ‘s nachts. Bespreek ook wanneer het tijd is voor pauze.

Inhibitie:

Dit is je impulsen kunnen onderdrukken, nadenken voor je iets doet en niet direct je impulsen volgen. Dus bijvoorbeeld de behoefte aan Netflix uit kunnen stellen en aan de slag gaan met je huiswerk. Niet voortdurend opspringen, de kat aaien, iets te eten pakken. Voor het ene kind vanzelfsprekend, voor het andere kind een enorme klus. Waarschijnlijk weet u van uw kind goed hoe het zit zijn met zijn inhibitie. Houdt daar rekening mee in de wijze waarop u uw kind begeleidt. Hiervoor is het belangrijk die planning te maken en de dagstructuur vast te houden.

Metacognitie:

Jezelf monitoren: dit is een stapje terug doen en de situatie overzien. Het is goed om af en toe met uw kind te kijken hoe het gaat en vooral dat hij zelf aangeeft wat goed gaat en wellicht beter kan. Daar zit het leren over het leren. Dat vraagt in het begin iets meer tijd maar op den duur leert uw kind steeds beter zelfstandig aan de slag te gaan. Wij als gezin bespreken aan het einde van de dag even met elkaar hoe de dag is verlopen. Waar ben je trots op en wat kan morgen beter of anders? Bij metacognitie hoort ook om samen na te gaan welke vragen uw kind heeft voor een docent zodat er verder geleerd kan worden. Inventariseer samen met uw kind even de leervragen aan het einde van de dag zodat hij die de volgende dag online aan de leraar kan stellen.

 

Ik hoop dat u met mijn uitleg van de executieve functies en de tips die ik daarbij geeft net iets meer handvatten hebt om uw kinderen te begeleiden en hun gedrag te begrijpen. Mocht u een vraag hebben over hoe u uw kind(eren) het beste kunt begeleiden of wilt u dat ik een plangesprek houd met uw kind, dan kunt u mij benaderen op 06 50 21 03 73.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *